Leeractiviteiten in ontwikkeling op VSO Mariëndael met Cor Onderstijn

‘Leerlingen helpen om zelf hun talenten te ontdekken’

Docent Cor Onderstijn is dit schooljaar fulltime bezig met verschillende projecten, bijna allemaal gericht op LOB (loopbaan oriëntatie begeleiding) op VSO Mariëndael in Arnhem. Zijn doel is de vmbo- en havo-leerlingen te helpen met het ontdekken van hun (technische) talenten. Via een Beroepenmarkt, Talentendagen en stages bij bedrijven maken scholieren kennis met verschillende beroepen. ‘Ze hebben er vaak geen beeld van hoe het in een bedrijf werkt.’

Soms zien leerlingen het helemaal niet zitten om bij een bedrijf op stage te gaan. Zo wees Cor Onderstijn een keer twee jongens van de mavo op een stage bij de Nederlandse Spoorwegen. ‘Ze vroegen zich af wat ze daar moesten. Ik wil helemaal geen machinist worden, zei een van de jongens’, vertelt de docent met een glimlach. ‘Ze gingen toch naar de NS en ontdekten dat er veel motortechniek aan te pas kwam en dat ICT belangrijk is. Dat opende hun ogen. De ene jongen raakte geïnteresseerd in motortechniek en de andere, met een voorliefde voor programmeren, wilde meer weten over de ICT-afdeling bij de NS.’

Mogelijkheden in het bedrijfsleven

Scholieren hebben simpelweg niet in beeld wat de mogelijkheden in het bedrijfsleven zijn, constateert Cor Onderstijn. Vandaar dat hij meewerkt aan de organisatie van de Beroepenmarkt, de Talentendagen, Praktijkgericht Programma en de stages bij bedrijven op zijn school. ‘Het aantal uitvallers op het mbo is groot, daarom is de voorselectie hier op het vmbo en de havo belangrijk. Leerlingen moeten hier al onderdekken wat ze leuk vinden, wat hun talenten zijn en wat ze motiveert.’

Daar komt bij dat de leerlingen in het voortgezet speciaal onderwijs (VSO) op Mariëndael verschillende belemmeringen hebben, waardoor ze niet in het reguliere onderwijs terecht kunnen. ‘We helpen onze leerlingen in kleine stappen hun weg te vinden in de soms grote, verwarrende wereld en bereiden ze voor op hun plaats in de toekomst’, verklaart Cor Onderstijn.

Virtual Reality en drones

Met behulp van  de STO-gelden kwamen virtual reality (VR) en drones de school binnen om de Loopbaan Oriëntatie Begeleiding uit te breiden. ‘Leerlingen pakken VR snel op en volgen in de virtuele wereld bijvoorbeeld les in metselen, werken in een laboratorium of ze leren een brand te blussen’, vertelt Cor Onderstijn. ‘Daarbij geeft de module die ze volgen inzicht in hun vorderingen. Dat vergroot hun zelfvertrouwen.’

De docent kijkt uit naar de nieuwe VR-modules, die in ontwikkeling zijn en naar betere mogelijkheden voor de docenten om de leerlingen te volgen tijdens het uitvoeren van de modules. De introductie van lessen dronevliegen als keuzevak is ook een succes. ‘Met een echte drone vliegen, dat willen heel veel leerlingen. Om de dronelessen te kunnen geven, zijn docenten opgeleid en hebben ze een dronevliegcertificaat gehaald. De dronelessen bestaan uit theorie en praktijk, dat is een goede combinatie.’

Via ICT bij techniek en technologie

Cor Onderstijn ziet dat leerlingen techniek en technologie nodig hebben om hun talenten te ontdekken. ‘Zelf ben ik a-technisch’, zegt hij met een glimlach. ‘Maar ik ben veertig jaar geleden wel als een van de eersten begonnen met het stimuleren van ICT in het onderwijs. Leren programmeren is bijvoorbeeld voor autistische leerlingen heel fijn. Nu willen we techniek en technologie breder trekken, onder meer door aan de slag te gaan met domotica. Of door leerlingen kennis te laten maken met robotica. Denk aan robotarmen, die bijvoorbeeld mensen in een verzorgingshuis helpen met eten.’

Contact leggen met het bedrijfsleven

Mariëndael werkt graag samen met bedrijven, ook met bijvoorbeeld de Rotary en benadert die op verschillende manieren. ‘Als we een ouderavond hebben, vragen we ouders of ze bij een bedrijf werken waar snuffelstages mogelijk zijn of dat ouders bereid zijn om op school een workshop te geven over hun werk’, vertelt Cor Onderstijn. Hij ervaart dat er bij bedrijven veel goodwill is om leerlingen te helpen, maar dat het in de praktijk soms lastig is. ‘Je kunt geen zes leerlingen naar een bedrijf sturen. Een garagebedrijf gaf aan geen snuffelstages meer te doen, maar wel een concrete opdracht te willen geven. Dat is ook prima, dan leren onze scholieren ook werknemersvaardigheden, zoals op tijd komen, iemand een hand geven, samen lunchen enzovoort. Zo waren er vorig schooljaar twee leerlingen bij het bedrijf Road2Work werkzaam met de opdracht om van zes oude computers één nieuwe te maken.’

Lokaal2 en de STO-gelden

Het netwerk van Lokaal2 helpt docenten om contact te leggen met bedrijven. ‘We leren dat je gewoon de stoute schoenen moet aantrekken en mensen kunt benaderen met een vraag’, zegt Cor Onderstijn. De samenwerking met Lokaal2 levert dus meer op dan technische en technologische middelen, constateert hij. Het motiveert ook docenten. 

Waar Cor Onderstijn graag met Lokaal2 een keer over brainstormt, is het VR-programma dat de Universiteit van Tilburg heeft ontwikkeld. ‘Zij hebben een module waarmee leerlingen leren in het openbaar te spreken. Van een gesprek met één andere persoon tot het toespreken van een groot publiek. Het zou mooi zijn als Lokaal2 kan samenwerken met de universiteit, zodat scholieren in onze regio ook met dat programma kunnen werken.’

tekst: Francien van Zetten

 

Blijf op de hoogte en schrijf je in op de nieuwsbrief